OEFENINGEN
Keeperstraining: 8 oefeningen voor jeugdkeepers en senioren
Bij veel teams traint de keeper gewoon mee en krijgt hij alleen ballen in de afwerkoefening. Met een paar vaste keepersoefeningen leert een keeper veel sneller vangen, vallen en uitkomen. De acht oefeningen hieronder kan elke trainer of ouder geven, ook zonder ervaring als keeperstrainer, en ze lopen op van basisvaardigheden voor de jongste pupillen tot uitkomen en inleiden voor de JO13 en ouder.
Keeperstraining voor de jeugd: begin bij de basis
Jonge keepers hebben het meest aan vangen, verplaatsen en veilig leren vallen. Duiken komt pas als de basis goed zit. Train op gras of een zachte ondergrond en begin elke keeperstraining met een warming-up met de bal in de handen, zodat vingers en polsen klaar zijn voor harde ballen.
Hoe vaak en hoe lang?
Al 15 tot 20 minuten apart werken met de keeper per training maakt verschil. Laat de keeper daarna aansluiten bij de afwerkoefening of partijvorm, waar hij wedstrijdechte ballen krijgt. Wissel intensieve blokken af met rust: een keeper die moe is, valt slordig en leert verkeerde gewoontes aan.
Geen keeperstrainer? Zo pak je het aan
Een ouder of assistent kan de meeste oefeningen prima geven: gooien gaat makkelijker en preciezer dan trappen. Begin met gooien uit de hand, ga daarna over op volleys en pas als de keeper zeker vangt op schoten van dichtbij.
Oefening 1
Basishouding en vangen
De belangrijkste vaardigheid van elke keeper: in de goede houding staan en de bal klemvast vangen.
- Leeftijd
- JO7 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper en 1 aangever
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- Doel of twee pionnen, aangever op 5 tot 8 meter
Organisatie
- De keeper staat midden in het doel, de aangever staat met een paar ballen op 5 tot 8 meter.
Verloop
- De aangever gooit ballen op borsthoogte, daarna op hoofdhoogte en laag over de grond.
- De keeper vangt elke bal en gooit hem terug.
- Na tien ballen een korte rust. Herhaal drie keer.
Coachpunten
- Basishouding: voeten op schouderbreedte, licht door de knieën, gewicht op de voorvoeten en handen voor het lichaam.
- Hoge bal: handen in een W-vorm achter de bal, duimen bijna tegen elkaar.
- Lage bal: handen als een schepje met de pinken tegen elkaar en de bal tegen de borst klemmen.
Varianten
- Gooi afwisselend links en rechts naast het lichaam.
- Van gooien naar volleys uit de hand.
- De keeper maakt eerst een klein sprongetje en staat in basishouding voordat de bal komt.
Oefening 2
Zijwaarts verplaatsen en vangen
Met bijsluitpassen van paal naar paal en de bal vangen op de plek waar hij komt.
- Leeftijd
- JO8 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper en 1 aangever
- Duur
- 8 tot 10 minuten
- Veld
- Doel met twee pionnen bij de palen, aangever op 8 meter
Organisatie
- Twee pionnen een stap voor de palen. De keeper start in het midden, de aangever staat op 8 meter.
Verloop
- De keeper verplaatst zich met bijsluitpassen naar een pion en tikt hem aan.
- Op het moment dat hij terugkomt, gooit de aangever de bal naar de andere kant van het doel.
- De keeper verplaatst zich verder en vangt. Tien herhalingen, dan wisselen van kant.
Coachpunten
- Bijsluitpassen: voeten kruisen niet en blijven dicht bij de grond.
- Blijf met je borst naar de bal staan, ook tijdens het verplaatsen.
- Sta stil op het moment dat de bal komt, dan vang je zekerder.
Varianten
- De aangever kiest zelf de kant, zodat de keeper moet reageren.
- Wissel hoge, halfhoge en lage ballen af.
- Vanaf de JO11: in plaats van gooien een volley uit de hand.
Oefening 3
Leren vallen: van knielen naar staand
Veilig zijwaarts vallen, stap voor stap opgebouwd. De basis voor elke duikbal.
- Leeftijd
- JO7 tot JO13
- Spelers
- 1 keeper en 1 aangever
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- Zachte ondergrond voor het doel, aangever op 4 tot 6 meter
Organisatie
- Train op gras of een mat. De aangever staat dichtbij met de bal in de handen.
Verloop
- Stap 1: de keeper zit op zijn knieën en valt opzij naar een bal die net naast hem wordt gegooid.
- Stap 2: dezelfde val vanuit gehurkte houding.
- Stap 3: vanuit de basishouding. Steeds vijf keer naar links en vijf keer naar rechts.
Coachpunten
- Val op de zijkant van je lichaam: eerst je onderbeen, dan heup en schouder. Nooit op je elleboog of knie.
- Handen naar de bal, de onderste hand achter de bal en de bovenste erop.
- Na het vangen de bal naar je lichaam trekken en snel weer opstaan.
Varianten
- Gooi de bal iets verder weg, zodat de keeper moet afzetten.
- Laat de keeper na het opstaan meteen een tweede bal aan de andere kant vangen.
- Rol de bal in plaats van gooien voor de jongste keepers.
Oefening 4
Duiken in de hoek
Na een aanraking van de middenpion reageren op een schot in de hoek.
- Leeftijd
- JO10 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper en 1 tot 3 schutters
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- Doel met pion in het midden, schutter op 11 tot 16 meter
Organisatie
- Een pion op twee meter voor het midden van het doel. De schutter staat met ballen op 11 tot 16 meter.
Verloop
- De keeper tikt de pion aan en gaat terug naar zijn basishouding.
- Zodra hij staat, schiet de schutter in een van de hoeken.
- Na elke duik kort rust. Twee series van zes schoten.
Coachpunten
- Zet af met het been aan de kant waar je naartoe duikt en duik naar voren, niet naar achteren.
- Wacht in de basishouding tot het schot komt; niet gokken.
- Lukt vangen niet, dan de bal wegtikken naast het doel, nooit terug voor de aanvaller.
Varianten
- Schutter mag ook laag over de grond schieten.
- Tweede schutter schiet direct op de afgeslagen bal.
- Voor jongere keepers: gooien in plaats van schieten en een kleiner doel.
Oefening 5
Reactie na omdraaien
De keeper staat met zijn rug naar de schutter, draait op signaal en reageert op het schot.
- Leeftijd
- JO11 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper en 1 schutter
- Duur
- 6 tot 8 minuten
- Veld
- Doel, schutter op 8 tot 11 meter
Organisatie
- De keeper staat op twee meter voor de doellijn met zijn rug naar de schutter.
Verloop
- De schutter roept "nu" en schiet of gooit direct daarna.
- De keeper draait zich om, zakt in de basishouding en reageert op de bal.
- Acht herhalingen per serie met voldoende rust ertussen.
Coachpunten
- Draai snel en kom met je gewicht naar voren uit de draai.
- Ogen meteen op de bal, handen al voor je lichaam.
- Rustig blijven: liever eerst de basishouding en dan reageren dan halverwege de draai al duiken.
Varianten
- Roepen vlak voor of vlak na het schot, om de moeilijkheid te variëren.
- De bal via een kaatser of tussen pionnen door spelen voor een onvoorspelbare bal.
- De keeper zit op zijn knieën in plaats van te staan.
Oefening 6
Uitkomen bij 1 tegen 1
Een aanvaller komt alleen op de keeper af: wanneer kom je uit en hoe maak je het doel klein?
- Leeftijd
- JO10 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper en 3 tot 6 aanvallers
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- 20 × 22 meter voor het doel
Organisatie
- Aanvallers staan met ballen in een rij op 20 meter, centraal voor het doel.
Verloop
- De aanvaller dribbelt op het doel af en probeert te scoren.
- De keeper komt uit en probeert de aanvaller de bal af te pakken of het schot te blokken.
- De volgende aanvaller start pas als de keeper weer klaarstaat.
Coachpunten
- Kom uit op het moment dat de aanvaller de bal te ver voor zich uit speelt.
- Kom in een lijn tussen de bal en het midden van het doel, dan maak je het doel het kleinst.
- Blijf staan en maak je breed als de aanvaller dichtbij is; niet te vroeg gaan liggen.
Varianten
- Laat de aanvaller van schuin starten, zodat de keeper de hoek moet afsluiten.
- Een verdediger sprint na drie seconden mee terug.
- De aanvaller moet binnen zes seconden afronden.
Oefening 7
Hoge ballen en voorzetten vangen
Uitkomen op een voorzet en de bal op het hoogste punt vangen.
- Leeftijd
- JO11 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper, 1 tot 2 aangevers en eventueel 1 aanvaller
- Duur
- 12 tot 15 minuten
- Veld
- Strafschopgebied, aangever op de zijkant ter hoogte van de zestien
Organisatie
- De aangever staat aan de zijkant van het strafschopgebied en gooit of trapt hoge ballen voor het doel.
Verloop
- De keeper start in het doel, kiest of hij uitkomt en vangt de bal op het hoogste punt.
- Na het vangen rolt hij de bal terug naar de aangever.
- Wissel na acht ballen van kant.
Coachpunten
- Positie: sta iets van de eerste paal af, met je schouders open naar het veld.
- Roep duidelijk "keeper" als je uitkomt, zodat iedereen weet dat de bal voor jou is.
- Zet af op één been en breng de andere knie omhoog ter bescherming.
Varianten
- Voeg een aanvaller toe die de keeper licht hindert.
- Wissel tussen gegooide en getrapte voorzetten.
- Laat de keeper bij een te lastige bal de bal wegboksen met twee vuisten.
Oefening 8
Inleiden na een redding
Na het vangen snel en nauwkeurig de bal uitgooien of uittrappen naar een vrije medespeler.
- Leeftijd
- JO9 tot senioren
- Spelers
- 1 keeper, 1 schutter en 2 medespelers
- Duur
- 10 tot 12 minuten
- Veld
- 30 × 25 meter met twee poortjes op de zijkanten
Organisatie
- Op beide zijkanten een poortje van vier meter breed met een medespeler erin. De schutter staat centraal op 16 meter.
Verloop
- De schutter schiet of gooit op doel, de keeper vangt.
- De keeper leidt direct in naar een van de medespelers: rollen, gooien of trappen, afhankelijk van de afstand.
- De medespeler dribbelt terug naar de schutter en de volgende bal komt.
Coachpunten
- Kijk al tijdens het opstaan welke kant vrij is.
- Korte afstand: rollen, zodat de bal makkelijk aan te nemen is. Lange afstand: gooien over de schouder of uittrappen.
- Snelheid gaat voor afstand: een snelle, zuivere bal levert meer op dan een verre bal die verspringt.
Varianten
- De schutter roept na de redding welke kant de keeper moet kiezen.
- Zet een verdediger bij een van de poortjes, zodat de keeper de vrije kant moet kiezen.
- Vanaf de JO13: uittrappen uit de hand naar een poortje op 30 meter.